Een team dat AI gebruikt, oefent vier dingen op het eigen werk: een bruikbare instructie geven, het antwoord controleren, bedrijfsinformatie buiten de tool houden, en herkennen wanneer een mens moet beslissen.
Artikel 4 van de AI-verordening is sinds 2 februari 2025 van toepassing. Het geldt voor aanbieders en voor gebruiksverantwoordelijken: bedrijven die een AI-systeem ontwikkelen, en bedrijven die zo’n systeem inzetten. Op 24 juli 2026 verscheen Verordening (EU) 2026/1744, de digitale omnibus inzake AI, in het Publicatieblad. Die verordening trad op 27 juli 2026 in werking, de derde dag na publicatie, en verving artikel 4. De plicht is nu maatregelen nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid te ondersteunen bij personeel en bij anderen die namens het bedrijf AI-systemen bedienen of gebruiken. De tekst voegt toe dat dit geen specifiek niveau van AI-geletterdheid van een individu vereist. De verordening staat op EUR-Lex.
De Europese Commissie licht die tekst toe op de pagina over AI-geletterdheid en in de vragen en antwoorden. Er is geen verplichte cursus, geen certificaat en geen plicht om de kennis van elke medewerker te meten. Een AI-functionaris, naar het model van een functionaris voor gegevensbescherming, is voor artikel 4 evenmin voorgeschreven. Organisaties kunnen een intern overzicht bijhouden van opleidingen en andere initiatieven. De toelichting staat bij de Europese Commissie.
Voor een bedrijf waarvan medewerkers een chatbot gebruiken om advertentietekst te schrijven of tekst te vertalen, zegt de Commissie dat artikel 4 geldt. Die medewerkers moeten worden geïnformeerd over de specifieke risico’s, bijvoorbeeld hallucinaties. Een mens die de uitkomst nakijkt, vervangt die uitleg niet. Die persoon heeft de vaardigheden nodig die bij het systeem horen dat hij gebruikt.
Wat je vastlegt, en wat de regel openlaat
De Commissie noemt vier stappen voor een aanpak die bij artikel 4 past. Eerst een algemeen begrip in de organisatie: wat AI hier is, welke systemen in gebruik zijn, en welke kansen en risico’s daarbij horen. Daarna de rol van het bedrijf: ontwikkelt het systemen, of gebruikt het systemen van een ander. Dan het risico van die systemen, en wat medewerkers moeten weten om dat risico te beperken. Tot slot de concrete acties, afgestemd op kennis, ervaring en opleiding, op de sector en het doel, en op de mensen op wie het systeem wordt gebruikt.
| Onderdeel | Wat de Commissie daarover zegt |
|---|---|
| Wie | Personeel, en anderen die namens het bedrijf AI bedienen of gebruiken, zoals een ingehuurde kracht |
| Inhoud | Begrip van de systemen in huis, de rol van het bedrijf, de risico’s, en een aanpak per kennisniveau en context |
| Vorm | Geen vast format. Alleen de gebruiksaanwijzing laten lezen is in veel gevallen ondoeltreffend |
| Bewijs | Een intern overzicht van opleidingen en andere initiatieven. Een certificaat is niet nodig |
| Toets | Geen plicht om het kennisniveau van werknemers te meten, en geen gegarandeerd niveau per persoon |
De Commissie houdt een openbaar register bij met voorbeelden van hoe organisaties AI-geletterdheid aanpakken. Een voorbeeld overnemen levert volgens diezelfde toelichting op dit moment geen vermoeden van naleving op. Het register is bedoeld om van elkaar te leren. De AI-raad moet nog aanbevelingen vaststellen, met gemeenschappelijke doelen, en kan daarbij Europese kaders zoals DigComp meenemen. Die aanbevelingen zijn geen afgerond lesprogramma waar een mkb-bedrijf op hoeft te wachten. De toelichting staat op de pagina over AI-geletterdheid.
Vier vaardigheden op het eigen werk
De vier stappen van de Commissie zijn een organisatievraag. Op de werkvloer worden ze vier vaardigheden, op taken die al terugkomen: een mail, een offerte, een samenvatting, een antwoord aan een klant.
Een instructie die het werk meeneemt
Een bruikbare instructie noemt de taak, de bron en de vorm van het antwoord. ‘Schrijf een offerte’ levert een vlotte tekst op zonder jullie prijslijst, levertijd of uitzonderingen. ‘Vat deze aanvraag samen, gebruik alleen de prijsregels uit dit bestand, en laat de prijs en de levertijd open voor controle’ levert een concept dat een verkoper kan nakijken.
In een sessie oefent iemand dat op een taak van die week. Sales neemt een aanvraag mee, administratie een documentsoort, klantenservice een vraag die vaak terugkomt. Het resultaat is een instructie die het team de week erna opnieuw kan gebruiken, met de bron erbij.
Het antwoord controleren
De Commissie noemt hallucinaties als voorbeeld van een risico waar gebruikers van een chatbot over geïnformeerd moeten zijn. Een hallucinatie is hier een antwoord dat zeker klinkt en feitelijk niet klopt: een bedrag, een datum, een artikel, een naam van een product dat niet in de prijslijst staat.
Controleren is het antwoord naast de bron leggen: het bedrag naast de prijslijst, de afspraak naast de mail van de klant, en een genoemde bron naast het bestand zelf. Een vloeiende zin is nog geen gecontroleerde zin. Spreek af welke velden altijd door een mens worden nagekeken voordat iets naar een klant, de planning of de boekhouding gaat.
Bedrijfsinformatie buiten de tool houden
Niet elke tool is een plek voor klantnamen, prijzen, personeelsdossiers of contracten. De afspraak hoort per tool: wat mag erin, wat blijft in het eigen systeem, en welke versie van de tool het team gebruikt. Een gratis account op naam van een medewerker is een andere omgeving dan een bedrijfsaccount met afspraken over bewaartermijn en toegang.
Die afspraak is een werkafspraak. Of een verwerking onder de AVG past, en of een verwerkersafspraak nodig is, toetst een juridisch adviseur. Een workshop vervangt die toets niet.
Zien wanneer een mens beslist
Een concept is iets anders dan een besluit. De prijs in een offerte, een toezegging aan een klant, een afwijzing van een sollicitant en een conclusie uit een contract blijven bij een mens. De tool kan de aanvraag uit elkaar halen, een samenvatting maken of een eerste tekst voorstellen. De medewerker past aan en verstuurt.
Schrijf die grens op één regel per taak. Bij een offerte: de verkoper controleert prijs en uitzonderingen en verstuurt zelf. Bij een klantvraag: het antwoord gaat de deur uit nadat iemand het naast de kennisbank heeft gelegd. Zonder die regel blijft ‘een mens kijkt ernaar’ een voornemen.
De sessie volgt de rol
Artikel 4 vraagt rekening te houden met technische kennis, ervaring, opleiding en training, met de context waarin het systeem wordt gebruikt, en met de mensen op wie het wordt gebruikt. Verschillende diepte is daarbij passend. Iemand met een achtergrond in AI-ontwikkeling is volgens de Commissie doorgaans geletterd, en de organisatie moet nog steeds nagaan of die persoon de systemen van dit bedrijf kent, de risico’s ziet, en de juridische en ethische punten van dat gebruik.
| Rol | Waar de sessie over gaat |
|---|---|
| Medewerker | Instructie, controle, welke gegevens in de tool mogen, en wanneer een collega of leidinggevende beslist |
| Team | De taken van één functie, de vaste controle, en wie de uitkomst naar de klant stuurt |
| Directie | Welke systemen in gebruik zijn, welk risico daarbij hoort, en welk overzicht wordt bijgehouden |
Een directiesessie gaat over waar AI in dit bedrijf waarde heeft, welke systemen al meelopen in bestaande software, en welke taak als eerste een afspraak krijgt. Een teamsessie neemt vijf tot tien werkzaamheden van één afdeling en oefent die. Beide zijn maatregelen. Ze zijn geen vervanging van elkaar.
Hoog risico is een andere verplichting
Artikel 4 geldt voor de systemen die je gebruikt, ook voor een algemene chatbot. Een aparte regel, artikel 26 van de AI-verordening, gaat over gebruiksverantwoordelijken van hoog-risicosystemen. Daar moet het menselijk toezicht liggen bij personen met de nodige bekwaamheid, opleiding en bevoegdheid. De Commissie houdt dat onderscheid na de omnibus in stand. De tekst van de verordening staat op EUR-Lex.
Verordening (EU) 2026/1744 koppelt de kernverplichtingen voor hoog-risicosystemen uit bijlage III aan 2 december 2027, en die uit bijlage I aan 2 augustus 2028. Een mail of een offerteconcept valt daar doorgaans buiten. Een systeem dat sollicitaties screent, mensen scoort of een besluit over een persoon voorbereidt, is een andere vraag. Of een systeem hoog risico is, hangt af van het doel en de inzet. Dat is een juridische kwalificatie van de systemen die je echt gebruikt. Dit artikel maakt die kwalificatie niet.
Toezicht, in verhouding tot het gebruik
Het toezicht op artikel 4 ligt bij de nationale markttoezichtautoriteiten, niet bij het AI-bureau van de Commissie. De Commissie schrijft dat die autoriteiten vanaf 2 augustus 2026 met dat toezicht beginnen. Sancties volgen uit nationale wetgeving. Elke sanctie moet evenredig zijn en rekening houden met de aard, de ernst en het opzettelijke of nalatige karakter van de inbreuk. De Commissie noemt dat de kans op handhaving groter is wanneer een incident volgt op het ontbreken van passende begeleiding.
In Nederland bracht het kabinet het voorstel voor de uitvoeringswet AI-verordening op 20 april 2026 in internetconsultatie, open tot 1 juni 2026. In dat concept zijn voor artikel 4 de Autoriteit Persoonsgegevens, de AFM en DNB genoemd, afhankelijk van het terrein. De Autoriteit Persoonsgegevens en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur krijgen in het voorstel een coördinerende rol. Formele taken en bevoegdheden volgen de vaststelling van die wet. Het bericht van het kabinet staat bij de Rijksoverheid.
Van de regel naar een eerste sessie
Schrijf op een half A4 welke tools het team gebruikt, welke drie taken deze maand terugkomen, welke gegevens buiten de tool blijven, wie controleert voordat iets naar een klant gaat, en waar je noteert dat de sessie is geweest. Dat is een maatregel die je kunt laten zien. Het is geen certificaat, en het levert geen vermoeden van naleving op. De Commissie zegt hetzelfde over het overnemen van voorbeelden uit het openbare register.
- Eén tool die het team deze maand echt gebruikt.
- Drie taken, met de bron waar het antwoord naast gelegd wordt.
- Een regel over welke gegevens in die tool mogen.
- Een naam van degene die de uitkomst nakijkt voordat die de deur uit gaat.
- Een datum en een korte notitie in het interne overzicht.
De AI-training oefent dit op eigen werk. Medewerkers nemen taken mee: instructies, documenten, e-mails, en de grenzen, waaronder hallucinaties, vertrouwelijke informatie en het controleren van de uitkomst. Een teamsessie neemt één functie. Een sessie voor directie gaat over waar AI waarde heeft, welk risico erbij hoort, en waarmee je begint. Een workshop is een maatregel op het werk. Het is geen certificaat, geen AI-beleid met een nalevingsgarantie, en geen AVG-toets. Die toets blijft bij jullie adviseurs.
Veelgestelde vragen
